nee

10 november 2016 14:00-15:30 uur

Interpretatiebias in sociaal angstige adolescenten met een licht verstandelijke beperking

Lezing symposium | Zaal 63

Raisa Daamen

 

Introductie
Angstige adolescenten interpreteren onduidelijke situaties sneller als bedreigend dan niet angstige adolescenten. Dit resulteert in cognitieve vertekeningen in aandacht, interpretatie en geheugen. Helaas zijn er nog maar weinig studies die deze interpretatiebias hebben onderzocht bij angstige adolescenten met een licht verstandelijke beperking. Het doel van dit onderzoek was om te onderzoeken of sociaal angstige adolescenten met een licht verstandelijke beperking een interpretatiebias hebben.
 
Materiaal & methoden
Er werden 740 leerlingen uitgenodigd van praktijkscholen in Nederland om deel te nemen aan het onderzoek. Alle leerlingen hadden een licht verstandelijke beperking en waren tussen de 11 en 19 jaar. Deze studie was onderdeel van een groter onderzoek (Klein et al., 2016), waarbij onder andere sociale angst werd onderzocht. Allereerst werd de interpretatiebias gemeten door middel van de Recognition Task. Deze taak bestaat uit 16 ambigue items, waarvan 8 algemene angst items en 8 sociale angst items en is gebaseerd op de herkenningstaak van Salemink en Wiers (2012). Nadat de herkenningstaak was gemaakt, vulden de adolescenten verschillende vragenlijsten over sociale angst en depressieve klachten in.
 
Resultaten
We vonden dat adolescenten met een hoge score op sociale angst negatiever op interpretatiebias scoorden dan adolescenten met een lage score op sociale angst. Daarnaast vonden we dat deze bias specifiek was voor sociale angstitems.
 
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat sociaal angstige adolescenten met een licht verstandelijke beperking, net als normaal begaafde adolescenten en volwassenen een interpretatiebias hebben en dat deze specifiek is voor de sociale angst items.

Relevantie voor de praktijk: Angst is een veelvoorkomend probleem bij adolescenten met een licht verstandelijke beperking. Angststoornissen worden minder vaak gediagnosticeerd, waarschijnlijk omdat angststoornissen minder zichtbaar zijn dan bijvoorbeeld externaliserende problemen. Dit terwijl angststoornissen onderliggend kunnen zijn aan externaliserende gedragsproblemen.