ja

09 november 2016 10:30-17:00 uur

'Echte' scientist practitioners; meesters in hun vak

Precongresworkshop | Zaal 116

Kees Korrelboom

De klinische psychologie heeft twee soorten beoefenaars. Enerzijds zijn er klinisch psychologische onderzoekers die nagaan welke processen en mechanismes ten grondslag liggen aan psychopathologie en die, in het verlangde hiervan, onderzoeken hoe die processen en mechanismes kunnen worden beïnvloed. De experimentele psychologie zoals die op universiteiten en andere wetenschappelijke instellingen wordt bedreven is hun fort. Aan de andere kant bestaan er klinisch psychologische behandelaars, die zich voornamelijk bezighouden met het behandelen van patiënten. Hun fort is de (praktische) klinische psychologie zoals die in GGZ instellingen en psychiatrische ziekenhuizen wordt toegepast

Scientist-practitioners worden geacht deze twee benaderingen in zich te verenigen en dus hun behandelingen op verantwoorde psychologische kennis te baseren. Het probleem is dat zij daarbij te maken krijgen met twee, nogal verschillende opvattingen over verantwoorde psychologische kennis: de harde meer experimenteel en objectiverend ingestelde ‘academische kennis’ en de traditionele zachte, invoelende en meer subjectief georiënteerde ‘klinische kunde’ die de behandelpraktijk traditioneel hanteert. De kloof tussen beiden is nog steeds fors.

Het meest berucht is deze kloof waar het de toepassing betreft van evidence-based behandelingen in de dagelijkse behandelpraktijk. Die toepassing is immers nogal minimaal. Slechts een minderheid van de patiënten krijgt een behandeling die op basis van wetenschappelijk onderzoek de meeste kans op succes biedt. Bovendien ontvangen patiënten die zo’n behandeling wel krijgen, deze geregeld in een suboptimale dosering en in een te lage intensiteit.

Maar de academische klinische wetenschap heeft de behandelpraktijk meer te bieden waar ‘echte’ scientist-practitioners hun voordeel mee zouden kunnen doen. Het toepassen van focale, doelgerichte behandelingen is een voorbeeld. Het regulier monitoren en terugkoppelen van de voortgang is een tweede. Maar ook het intensiveren van behandelingen, vooral in de beginfase, het mobiliseren van de eigen inzet van patiënten tijdens de behandeling, het verbinden van consequenties aan een onvoldoende inzet, het wisselen van therapeut en het omgaan met comorbiditeit kunnen in meerdere of minder mate worden gebaseerd op wetenschappelijke kennis.

In meerdere of mindere mate. Niet zonder meer en automatisch dus. Die toepassing speelt zich immers af op het grensvlak van harde academische kennis en zachte klinische kunde; het gebied waar de echte scientist-practitioner meester is in zijn vak.

In de workshop zal middels voordrachten, discussie, demonstraties en oefeningen op een aantal van deze aspecten tussen klinisch-psychologische kennis en kunde worden stilgestaan en ingegaan.